dinsdag, februari 18, 2020

De hype van energie-transitie


Iedereen die van enig maatschappelijk belang is of zichzelf vindt, praat over energie-transitie oftewel letterlijk genomen de overgang van energie. Het gaat echter over primaire energiebron transitie. Het weglaten van het begrip primaire energiebron maakt het gepraat verwarrend. Overgaan van gas naar  elektriciteit is bijvoorbeeld geen primaire energiebron transitie want elektriciteit het moet eerst gemaakt worden met een primaire energiebron. 

Het vertrekpunt van  het herschikken van het gebruik van primaire energiebronnen.zou het huidige energieverbruik moeten zijn met het verwachte energieverbruik als stip op de horizon. De aanname dat dit niet minder wordt is alleszins redelijk. Het aantal mensen groeit en iedereen wil het beter hebben. Toch wordt het "zou" door idealisten weg gedroomd met grote energiebesparingen.

De primaire energiebronnen zijn zonnestraling, aardwarmte, aardrotatie en bouwstenen van de aarde. Ze moeten echter eerst omgezet worden in een vorm die langdurig op een eenvoudige wijze en naar behoefte beschikbaar zijn voor menselijk gebruik. In feite voldoen alleen uranium, fossiele brandstoffen, biomassa, aardwarmte en waterkracht hieraan. Zonnestraling en wind voldoen hier niet aan omdat deze niet naar behoefte beschikbaar zijn.

Elektriciteit komt in het rijtje niet voor. Het moet namelijk eerst via de genoemde primaire energiebronnen opgewekt worden. Alles elektrisch is dus een loze kreet als het over primaire energiebron transitie gaat. Dit geldt evenzeer voor bijvoorbeeld waterstof. Verder spelen de energiedichtheid van de primaire energie bron nog een grote rol. In 1 kilo uranium zit ongeveer evenveel energie als in een miljoen liter benzine maar in een liter benzine zit weer ongeveer evenveel energie als in honderd accu-cellen..De energiedichtheid van wind en zonnestraling sluiten de rij.

Verder kan niet voorbij worden gegaan aan de oeroude wijsheid dat alles zijn voor en nadelen heeft. Dat geldt voor alle energiebronnen en de installaties om de energie hieruit bruikbaar te maken. Jammer is dat die voor en nadelen nooit integraal bekeken worden. De voordelen worden gepropageerd en de nadelen weggemoffeld. Energie neutraal zijn bestaat niet want er moet eerst veel energie in het zijn gestopt worden om dit te bereiken, De blik op de kosten en de levensduur van energie neutraal is onveranderd een rooskleurige blik op baten met het voorbij gaan aan de kosten.

Bij het gepraat worden ideologie, beleidsvoornemens, beleidsuitwerking of erger nog concrete plannen door elkaar gehusseld. Ondernemers doen daar vlijtig aan mee want in alles schuilt een business model, zeker als er subsidie binnengehaald kan worden. De overheid zal het verder worst wezen of belasting op de ene of andere energiebron wordt geheven. Iedereen en alles tuimelt dus over elkaar heen met proefballonnetjes, idealen, vage ideeën, weinig doordachte plannen en het uit de sloot halen van verouderde technieken, Het credo van de energietransitie lijkt gestoeld te zijn op: "Als we maar bewegen; De richting doet er niet toe".


zondag, januari 12, 2020

Het zoogdier mens blijft buiten schot

In het kader van het redden van onze al 5 miljard jaren bestaande aarde is in de laatste jaren het "minder" als redmiddel ontdekt. Niet rustig via het "onsje minder" dat verankerd is in ons taalgebruik maar door het bedenken van reuzenstappen.

Opvallend genoeg zijn stappen voor wat betreft de zoogdieren op aarde nogal selectief. De massaal per huishouden aanwezige aaibare dieren zoals honden, katten en paarden blijven buiten schot maar de boertige koeien en varkens moeten er aan geloven. Gek genoeg blijft het meest verbreide zoogdier op aarde, namelijk de mens, in de "minder" discussie helemaal buiten schot. Heel vreemd want de mens is eveneens een bron van schadelijke gassen en stoffen. De 8 miljard van de menselijke soort overtreft in uitstoot de andere zoogdieren zelfs ver met het plassen, poepen, ademen en zweten.

Het indirecte effect van de 8 miljard menselijke zoogdieren is nog groter. Koeien en varkens rijden geen auto, hebben geen woning nodig, gaan niet met vakantie enz, enz, Zij willen ook in tegenstelling tot de mens niet overal meer van en gaan daarvoor ook niet massaal de barricade op, 

De conclusie is, dat als wij denken dat de aarde onze hulp nodig heeft, het beter is om de oorzaak en niet de gevolgen te bestrijden. De beleidsmakers moeten daarom gaan denken in termen van "beter met minder mensen". Op historische basis leveren oorlogen, dodelijke ziekten, natuurrampen en genocide daaraan al een grote bijdrage. In plaats van vredesbesprekingen, wereldgezondheidsprogramma's en hulpverlening zouden de pijlen gericht moeten zijn op minder mensen Wel liefst in kleine stappen want aan verplichte euthanasie  of onthouding van medische hulp na pensionering ben ik nog niet toe.

woensdag, januari 24, 2018

"kwetsend zijn" en "gekwetst worden"

"kwetsend zijn" en "gekwetst worden" 

Kwetsen heeft zowel een lichamelijke als geestelijke betekenis. Het betekent door een ander iets aangedaan worden. Kwetsen is dus een interactie tussen dader en slachtoffer. Daarnaast is het "kwetsend zijn" en "gekwetst worden" een kwestie van intentie en gevoeligheid. Een plaagstootje kan als een dreun worden ervaren en een dreun kan lachend worden geïncasseerd. Gekwetst voelen zonder dat sprake is van een interactie met daders is misplaatst slachtofferschap. Het spelen van die rol is theater.

Het "Ik voel mij gekwetst" wijst - met voorbijgaan aan de eigen mate van gevoeligheid -  niet alleen direct naar een ontegenzeggelijke dader maar ook naar een kennelijke intentie van deze. Deze uitspraak houdt dus een veroordeling in. Het "Ik bedoelde het niet zo" en het "Ja ik heb een kort lontje" sussen veel gekwetstheid. Slechts bij uitzondering komt de rechter er aan te pas.

Het "Wij voelen ons gekwetst" is niet alleen een veroordeling van de kennelijke dader maar ook van degenen die niet tot die "Wij" behoren. De niet gekwetsten worden zo mededaders voor de gekwetsten en voelen zich dus ook gekwetst. Het "Hullie-Zullie" gekwetst zijn is dan geboren. Deze gekwetstheid is niet te sussen. Hullie-Zullie meningen zijn onwrikbaar. Zelfs een rechter kan deze niet wijzigen.

Het enige wat overblijft is het "Hullie-Zullie" aan de werkelijkheid van het bestaan van een interactie te toetsen. Deze bestaat zeker niet uit gedoe rond historische en fictieve figuren. Historische personen waren net als wij bezig om het beste voor het nageslacht achter te laten. Hun doel was niet om als spookfiguren mensen uit het heden te kwetsen. Fictieve figuren vind je alleen in  sprookjes en die zijn niet waar. Het optreden van "Hullie-Zullie" in het media theater is dus het misplaatst in de openbaarheid trekken van de slachtofferkaart. BN-er schap en media gewin spelen daar de hoofdrol.

Overigens ben ik zelf ook heel gekwetst. Mijn voorouders waren in de Middeleeuwen horigen = slaven van landeigenaren, moesten later vluchten wegens geloofsvervolging, werden door Noord Afrikaanse kapers als slaven verkocht en werden uitgebuit door fabriekseigenaren. Ik ga dus een "Wij voelen ons gekwetst" groep oprichten en uiteraard een PR adviseur en een woordvoerder inschakelen. 



vrijdag, februari 10, 2017

Is burgerschap te leren

Het als burger gezien worden was in het verleden een voorwaarde om een stad te kunnen wonen. Het betekende simpelweg het gemeen willen voelen met oftewel deel willen uitmaken van het denken en handelen van de gemeenschap. Als je dat zelf niet wilde dan woonde je in de verkeerde plaats. Als de gemeenschap vond dat je handelen niet pasten dan gold het zelfde. Onderwijs werd niet gegeven. Het werd je bijgebracht door je ouders en de omgeving. Het bijbrengen betrof de regels die iedereen behoorden te kennen en het hierna gedragen.

Dat de stad vervangen werd door de Staat veranderde in principe niets. Regels werd wetten met normen en waarden. Verder moest iedere Nederlander de wet kennen en naar zich naar deze gedragen. Om de wetten met bijbehorende normen en waarden te leren kennen werd het leervak Staatsinrichting ingevoerd. Het gedrag opvoeden bleef onderdeel van ouders en gemeenschap waarvan scholen uiteraard deel van uit maakten.

Het opvoeden heeft intussen een ontwikkeling doorgemaakt. Ouders hebben gebrek aan tijd, kinderen vertoeven bij vervangende ouders in crashes en voor-, na- en vakantieopvang, de sociale controle is afgekalfd en een niet onbelangrijk deel van de ouders en gemeenschap weten zelf niet wat de wetten zijn en hoe ze zich moeten gedragen.

De overheid heeft met de Wet Burgerschap Onderwijs dit tij via via het onderwijs willen keren en vastgelegd dat:
Scholen aandacht moeten besteden aan 'actief burgerschap en sociale integratie'. Centraal staat daarbij "de bereidheid en het vermogen om deel uit te maken van de gemeenschap en daar een actieve bijdrage aan te leveren". 
De wet gaat niet in op het hoe en wat waar scholen invulling aan moeten geven. Het is dus meer een oproep dan een wet. De inspectie mag verder toezien op de plannen. Nu is het apart benoemen van sociale integrate al onzin. Dit geldt natuurlijk ook de active bijdrage. Burgerschap is namelijk sociale integratie en een bijdrage leveren. Aandacht willen laten besteden zonder deze te benoemen is verder te gek voor woorden. Feitelijk wordt geroepen dat scholen de kinderen maar moeten opvoeden bij gebrek aan beter. Dat onderwijzer moeite hebben met de rol van opvoeder is dan ook niet vreemd. Hoe kan je kinderen opvoeden die van huis uit geen opvoeding hebben meegekregen. Burgerschap is niet te leren het moet in de genen zitten.

Gelukkig heeft de politiek het instrument van beleid. Jammer is dat partijen ieder een eigen wijsjes hebben en deze in een kakofonie rond twitteren. Het echte beleid om ouders en kinderen burgerschap bij te brengen gaat in dit lawaai verloren.












dinsdag, februari 07, 2017

Het toneelstuk "De Weersverwachting"

De core business van de weersverwachting zou de weersvoorspelling moeten zijn. In werkelijkheid wordt deze verpakt in een toneelstukje met beschouwingen over het klimaat van over 30 jaar, alarmeringen die achteraf vals blijken te zijn, constateringen over de flora die kant noch wal raken, normale afwijkingen van gemiddelden die als bijzonder worden gepresenteerd, de lange termijn weermodellen die nooit kloppen en niet te vergeten de niet voor ons weer ter zake doende verhalen over het weer in verre oorden,

Het weer voorspellen is een weerbarstige bezigheid. Zelden zitten de voorspellingen er niet naast. Op zich niet vreemd met de Noordzee als warmte/koude accu voor de deur, de Atlantische Oceaan om de hoek en de continentale hogedrukgebieden die nooit op hun plaats willen blijven. Neem daarbij de vreemde vorm van ons landje waarboven de natuur zijn werk doet en dan wordt een verwachting meer een loterij. Deze weerbarstigheid is echter geen reden om de onzekerheid over de uitkomst vooraf beter aan te geven en achteraf beter aan te geven waarom het niet uitkwam.

In de veronderstelling dat weerkunde een wetenschap is mag je veronderstellen dat weerkundigen de valkuilen van modellen kennen. Zij tuinen er immers met regelmaat in voor wat betreft de korte en langere termijn voorspellingen. De oude wijsheid dat het weer doet wat het wil bestaat niet voor niets. Het weer is dus niet zodanig de modelleren dat de uitkomsten exact zijn. De uitgangspunten van de modellen zijn dus het vertellen waard.

Als het over het nog complexere klimaat gaat dan worden de modellen met blind vertrouwen gevolgd en de uitkomsten als bijvangst van de weersverwachting als waarheid uitgereikt. Weerkundigen zijn dus de zieners van vroeger geworden die met hun profetien onrust stookten. Weerkunde en klimaatkunde zijn verschillende disciplines. Schoemaker blijf bij je leest is dus het advies.

Weeralarmen zijn een gevolg van de cover my arse cultuur. Stel je voor dat iemand zonder waarschuwing bij ijzel de weg op gaat, bij storm gaat zeilen of bij onweer het open veld ingaat en jou verantwoordelijk stelt. Helaas geven weeralarmen meestal het weer aan dat niet komt. Weeralarmen zijn in de praktijk dus bordjes die vertellen dat de deur dicht is die jij meestal wel open ziet staan. Misschien is gewoon vertellen dat er kans is op slecht weer een voldoende waarschuwing.

In de winter worden in januari winterbloeiers zoals de hazelaar, winterjasmijn, winterprunus via de opwarmingsroute al voorjaarsboden genoemd. Dat sneeuwklokjes in februari om de zelfde reden te vroeg bloeien is zelfs om taalkundige reden een verbazingwekkende constatering. Deze pseudo plantenkennis gaat door tot de constatering dat tweede bloei van sommige planten is de herfst komt door de opwarming. Weerkundigen zouden toch eens kennis moeten nemen van plantkunde op middelbaar schoolniveau met de bloeikalender als bijzonder aandachtspunt.

Helaas kennen weerkundige het verschil niet tussen een gemiddelde en een norm. De zin: "De gemiddelde langjarige temperatuur voor vandaag is 6 graden maar een afwijking van plus en min 10 graden is normaal," geeft aan waarom de opmerking dat de norm voor vandaag is 6 graden is onzinnig is voor wetenschappers. Er is namelijk geen normstelling voor de dagelijkse temperatuur.

Verhalen over het weer in verre oorden zijn interessant voor in de zijlijn en moeten ook zo gepresenteerd worden. De hoofdmoot is de weersverwachting voor Nederland met inbegrip van het provinciale niveau. Nu ligt het accent op het weer in Amsterdam en omstreken waarschijnlijk omdat de weerkundigen daar wonen. Van Piet Paulusma is dus veel te leren want hij komt nog eens ergens.





Startpagina

Deze Blogs zijn niet meer dan een allegaartje van overpeinzingen. De pretentie dat zij iets zouden kunnen bijdragen aan het nut van het algemeen is niet aanwezig. Het nut ligt geheel bij de schrijver. Het overpeinzen en onder woorden brengen is gewoon een leuke hersengymnastiek waarmee gelijkertijd stoom wordt afgeblazen.

Die stoom wordt geproduceerd bij het volgen van de media. Bij mij roept dat de Louis van Gaal reactie op van "Ben ik nou gek of zijn jullie dat." Met het voor gek verklaren bedoel ik niet dat ik slimmer ben. Ik vind het slechts gek dat zelden naar de keerzijde van de medaille wordt gekeken. Het blijft de eigen mening of de gezamenlijke hype eerst. De ingeroepen deskundigen helpen ook al niet mee. Zij doen sterk denken aan types van Koot en Bie.

De Blog deelt dus slechts wat hersengymnastiek en afgewerkte  stoom. Als de lezer er wat aan heeft dan is dat voor hem of haar alleen maar meegenomen.

Zinloze hulpverlening; Zinvolle ontwikkelingshulp

Hulpverlening wordt momenteel geregeerd door op schuldgevoelens vanwege welvaart gerichte emoties. Het uitdelen van eten, geld en goederen is de core business die ons een goed gevoel moet geven.

Hulpverlening is echter zinloos als het echte probleem niet opgelost wordt. Structurele voedselhulp is hier een treffend voorbeeld van. Voedseltekort in een land ontstaat als er meer monden zijn dan de eigen voedselproductie kan vullen. Het van elders aanvullen van het tekort houdt de meer monden niet alleen in stand maar laat deze zelfs groeien. Een ander effect is dat de meer monden op reis gaan om het kennelijk elders overtollige voedsel zelf op te gaan halen of zelfs op te gaan eisen. Verder moedigt hulp het eigen initiatief niet bij iedereen aan. Zitten, wachten en klagen is dan ook een benadering.

De reacties van berusten, elders een beter bestaan zoeken en ten strijde trekken zijn zo oud als de wereld. Zij ontstaan bij overbevolking van een soort. Een deel van de mensheid heeft een oplossing gevonden in de geboorte beperking als onderdeel van een sociale ontwikkeling. Dit heeft samen met politieke en technologische ontwikkelingen geleid tot een voor het andere deel benijdenswaardige welvaart.

Welvaart delen door uitdelen leidt tot samen minder welvaart. Welvaart kan alleen gedeeld worden door er aan bij te dragen. De sleutel ligt dus bij de hulpbehoevende landen zelf door in te willen zetten op de genoemde ontwikkelingen. Hulp bij de ontwikkeling heeft zin maar hulp in eten, geld en goederen werkt op termijn contra productief. De ellende van nu is morgen alleen maar groter.

Hulpverlening die het zichzelf overbodig maken niet als doel heeft moet daarom vervangen worden door een zichzelf overbodig makende ontwikkelingshulp. Het is jammer dat de politiek hiervoor een blinde vlek heeft. Als de partijen toch de doelstelling hebben om andere landen te vertellen hoe het moet dan zou ik inzetten op geboortebeperking. Dat de overbevolking een bron van ellende is, is geen punt van discussie.





maandag, februari 06, 2017

De mantra duurzaam ontleedt


Het woord duurzaam wordt aan van alles en nog wat gekoppeld. Het is niet alleen een mantra geworden voor gelovigen en goedgelovigen van allerlei pluimage maar ook een middel om aan te verdienen. Duurzaam wordt gebruikt als wonderolie voor de rechtvaardiging van wat dan ook door Jan en Alleman. Dit doet de vraag reizen van waar duurzaam nu eigenlijk voor staat.

Het woord duurzaam hoort in het rijtje thuis van zaam-woorden zoals bedacht-zaam, lang-zaam, genoeg-zaam, moei-zaam, lijd-zaam, groei-zaam, verdraag-zaam, een-zaam, gemeen-zaam, buig-zaam, zeld-zaam thuis. Zaam wijst dus op "in een weloverwogen aanhoudende toestand verkeren van ....".
Duurzaam betekent dus in een aanhouden toestand verkeren van "duren".

Het werkwoord duren geeft een tijdsbeslag aan. Het gebruik van dit werkwoord is beperkt tot "het duurt"en "het heeft geduurd". Verder is het terug te vinden in woorden zoals kortdurend, langdurig, ongedurig en voortdurend. Duurzaam kan dus omschreven worden door het begrip "in een weloverwogen aanhoudende toestand verkeren van .... binnen een tijdsbeslag". Duurzaam is dus alleen te gebruiken in combinatie met een toestand.

Toestand slaat op de omstandigheden van iets of iemand. Duurzaam gebruiken in combinatie met werkwoorden of zelfstandige naamwoorden is dus wartaal. Duurzaam voedsel bestaat niet, Wel bestaat duurzaam vers, houdbaar, smaakvol, lekker e.d. Duurzaam produceren slaat ook al als een tang op een varken. Duurzaam bruikbaar, schoon, grondstofgebruik, e.d. past wel. Duurzaam ondernemen is nog zo'n misbaksel. Duurzaam sociaal, efficient, klantgericht werken e.d  is beter te verteren.

Het op zich juist koppelen aan iemands omstandigheden maakt het woordfeest compleet. Wat te denken van duurzaam ziekelijk, depressief, humeurig, onvriendelijk zijn e.d. 

De realiteit is dat woord-hypes komen en gaan. We moeten intussen maar duurzaam misnoegd zijn.



Is de laatste profeet de beste?

Cultuur is een eigenheid van een groep. Andere culturen worden bij definitie benaderd vanuit de eigen cultuur. Bij oppervlakkige verschillen is er sprake van begrip en acceptatie. Bij diepgaande verschillen is er sprake van onbegrip en afwijzing. Dit werd mij nog eens duidelijk tijdens een bezoek aan Isfahan.

Mijn gids daar was universitair opgeleid, had een grote algemene kennis, wist wat er in de wereld speelde, was open en vriendelijk in de omgang en beschikte over veel humor gelardeerd met een flinke dosis zelfspot. Ons denken, praten en handelen leken verwant en wij konden het daardoor uitstekend met elkaar vinden. Toch ontdekten wij in de gesprekken twee diepgaande cultuurverschillen.
  1. Mijn gids kon de scheiding tussen kerk en staat niet begrijpen. Een land besturen zonder tussenkomst van het Allah was voor hem ondenkbaar.
  2. Ik kon niet begrijpen waarom Mohammed als laatste profeet de beste was en dat het moslim zijn het hoogste goed op aarde is. Ook het gevolg dat van het geloof vallen of overgaan naar een ander en dus lager geloof van een eerdere profeet niet kan, kreeg ik niet onder de pet.  
Gelukkig waren wij geen fanatici en hadden dus niet de behoefte om elkaar te vuur en te zwaard van het eigen gelijk te overtuigen. Verder leefden wij elk in een ander land waardoor deze twee diepgaande cultuurverschillen geen belang hadden. Bovendien konden wij op zich het bestaan van verschillen begrijpen.

De ervaring leidde tot hernieuwd denken over integratie. Is het opgaan van een buitenstaander in een bestaande cultuur mogelijk met het in stand houden van diepgaande cultuurverschillen was de vraag.

De landen waar de Islam de politiek bepaalt geven het antwoord. De kenmerken van deze landen zijn dat het daar vrijwel overal of een puinhoop is van strijdende partijen of  een leven onder een vorm van dictatuur en dat de vrijheid van denken en geloven op zijn hoogst op een laag pitje staat.

Ondanks deze constatering mag van mij hier iedereen de religie belijden die als zaligmakend wordt gezien, Dit wel binnen de spelregels die op basis van de bestaande cultuur zijn gemaakt. Het accepteren dat buitenstaanders zich niet willen voegen naar deze spelregels is echter een brug te ver. Het accepteren van een beetje Sharia of een beetje onvrijheid en ongelijkheid is de bijl aan de wortel van onze samenleving. Kortom als je geen deel uit wil maken van onze samenleving dan moet je niet komen of als je er al bent gaan.

De politiek gaat als parende egels met het handhaven van de eigen spelregels om met Wilders als olifant in de proceleinkast hijgend in hun nek. Het wachten is dus op goed doordachte daden van onze bestuurders.


Wien Neerlandsch bloed door d' aderen vloeit

Het Wien Neerlandsch bloed door d' aderen vloeit is een mooi maar leugenachtig lied. Ik ontdekte deze waarheid bij het nagaan van mijn voorouders. Zij kwamen deels van heinde en ver als gelukzoekers en vluchtelingen naar Nederlanden. In mijn aderen vloeit dus deels Schots, Engels, Vlaams, Waals, Duits, Zwitsers en Frans bloed. Over het bloed dat voor 1500 werd ingebracht heb ik geen informatie maar ook geen Wien Neerlandsche illusies. Mijn gemengd bloed is overigens niet uniek. In sommige tijden kwam de bevolking voor meer dan 30% van buiten de lage landen.

De ontdekking van de leugen prikkelde de waarheidsvinding over de toenmalige integratie. Deze bleek opmerkelijk. De binnenkomers trouwden geborenen en zeker de volgende generatie werden al eigen burgers genoemd. Natuurlijk waren er horden. Andere kleding, andere gewoonten, andere kerk en zeker ook andere spraak.

Het geheim van de snelle integratie bleek simpel:

  • De handel bloeide.
  • Er was werk.
  • Wie niet werkt zal niet eten.
  • A-sociaal gedrag betekende wegwezen.
  • Christelijke normen en waarden waren de gemene deler.
  • Ruimte voor een eigen invulling van het geloof
Wie dus nering deed of werkte, zich sociaal gedroeg en de normen en waarde deelde was welkom. 

De ruimte voor een eigen invulling van het geloof was onderscheidend ten opzichte van de ons omringende landen, De Nederduits Gereformeerde Kerk was de Staatskerk maar speelde in de praktijk geen rol in de politiek. Andere invullingen van het geloof kregen zodoende ruimte. Er werd dan ook vlijtig over en weer gedoopt en getrouwd. Zondag's liep iedereen een andere kant op maar door de week was het leven en laten leven. Natuurlijk was het niet altijd pais en vree. Het polderen zat echter iedereen in het bloed. Alleen door samenwerking kon je immers droge voeten houden rood op de plank houden. 

De politiek zou moeten leren van de vroegere succesformule. Onze voorvaderen waren als je naar de rechtspraak en de sociale voorzieningen kijkt ook goed maar niet gek. 



woensdag, oktober 28, 2015

Resultaten uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst

Het "Wien Neêrlands Bloed" is een mooi  maar bedrieglijk lied. Enig spitten in de voorouders maakt al snel duidelijk dat het "Neêrlands Bloed"opgemengd is met vluchtelingen uit geloofsvervolging, huursoldaten en gelukzoekers. Zelf ben ik daardoor een samenraapsel uit Nederlands, Frans, Vlaams, Duits, Engels en Schots bloed. Dit althans gerekend vanaf de 16e eeuw.

Op de huursoldaten na lijkt er dus niets veranderd. Niets is echter minder waar als wij in de geschiedenis duiken. De belangrijkste verschillen met nu zijn toen:
  • Overvloed aan werk in een snelgroeiende economie. 
  • Werken voor het brood als mores.
  • Vergelijkbare normen en waarden door het Christelijk geloof als grootste gemene deler.
De overvloed aan werk ontbreekt momenteel. Het willen werken voor brood op de plank wordt ondanks lovenswaardige pogingen hierdoor in de kiem gesmoord en eindigt in bijstand trekken. Deze situatie is alleen houdbaar voor zover het werkende deel voldoende middelen genereerd om het niet werkend deel te onderhouden. Deze situatie zal onherroepelijk tot grote spanningen leiden omdat de wal het schip zal te keren. 

"Ledigheid is des duivels oorkussen" is een waarheid als een koe. Meer bankzitters betekent dus meer maatschappelijke problemen en dus extra kosten. 

De inburgering verliep in vorige eeuwen door de vergelijkbare normen en waarden zeer snel. Er was geen sprake van 2e generatie probleem omdat de 1e generatie zich snel kon, wilde en moest aanpassen in leven en werken. De verschillende kerkgenootschappen werden over en weer gerespecteerd en afwijkende meningen waren mogelijk. Afwijkend sociaal gedrag werd echter genadeloos afgestraft. Dit waren de peilers van de Nederlandse tolerantie. Je bent nodig, je wilt werken, je zorgt niet voor problemen en dus ben je welkom. Kortom, het poldermodel te voeten uit.

Het verschil met nu is de ervaring van de laatse decenia dat de 1e generatie zich niet aanpast, de 2e generatie gekenmerkt wordt door al of niet gewilde bankzitters en dat het respect  en accepteren van andere meningen ver te zoeken is.