woensdag, oktober 26, 2011

Oog om oog, tand om tand

Oog om oog, tand om tand is in onze Rechtspraak dood en begraven. Ons begrip voor criminelen is mede door de orde van Zielenknijpers en Sociaal Bewogenen tot grote hoogte gestegen. De booswichten hebben het niet zo bedoeld en geleden onder gebrek aan aandacht, miskenning, ongelukkige jeugd e.d. of combinaties daarvan. De slachtoffers knappen er niet van op maar daar gaat het bij onze Rechtspraak niet meer om. Het gaat om het begeleiden van de ongelukkige misdadiger naar een betere toekomst. Dat het ook gaat om de broodwinning van de advocaten, ...logen, .... gogen en een bonte stoet van begeleiders blijft liever onbesproken. Zachte heelmeesters maken stinkende wonden is door het voorbij gaan aan het oog om oog, tand om tand een waarheid als een koe geworden.

Het oog om oog, tand om tand is slim in de verdomhoek van het barbaarse wraak nemen geplaatst. Wat gij niet wilt dat u geschiedt doet dat alzo een ander niet heeft hierdoor voor criminelen de status van Italiaanse verkeersregels gekregen. Alles wat verboden is kan toch. De vraag is of de verdomhoek wel terecht is. Het ervaren van wat je een ander hebt aangedaan is immers een leerzame vorm van begeleiding.

Napoleon heeft de rechtspraak niet uitgevonden maar alleen gereguleerd. De rechtspraak van onze voorouders was verrassend overwogen en liet ruimte voor begrip. Maar als de maat voor de burger en de gemeenschap vol was dan was het begrip over. Moord, doodslag en valsmunterij waren meestal letterlijk een halszaak. Diefstal en oplichting kostten de dader in ieder geval zijn geld. Bij het met herhaling uithalen van rottigheden werd je voelbaar in de kraag gepakt.

Naast de schandpaal (te kijk zetten), lijfstraffen (wie niet horen wil moet maar voelen), opsluiting (tijdelijk uitsluiten) en doodstraf (dat wordt nooit wat) praktiseerden onze voorouders nog de verbanning. Als je niet in de gemeenschap wilde passen dan werd je er uit gezet met verbeurdverklaring van je goederen. Het gegeven dat je in een stad of land geboren was gaf geen recht op het ontlopen van die straf.

Het banneling zijn was goed beschouwd een vreselijke straf. Je moest zelf maar weer een plek zien te vinden. Zelfs zonder mobiel en Internet winst men binnen de kortste keren tot over de landsgrenzen wat voor vlees men in de kuip had. De enige manier om weer ergens opgenomen te worden was de kans te pakken van hard werken en goed gedrag.

Dat straffen geen zin heeft wordt veel gehoord. Onzin, want ik heb door het voelen van de gevolgen van mijn daden best wat bijgeleerd. De aai over mijn bol met de woorden "niet meer doen" hoorde daar niet altijd bij. Criminelen moeten om te beginnen als daders en niet als slachtoffer worden benaderd. Daders die de gevolgen van hun daad dus in ieder geval figuurlijk aan de lijve moeten voelen.